Aan schaarste geen gebrek

Als er aan iets géén gebrek is dan is het aan schaarste”. Met deze zin opent Koen Gevaert het webinar “Licht op Schaarste” dat in het teken staat van wachttijden in de jeugdzorg. Het webinar en de daaropvolgende werkconferentie hebben tot doel om professionals uit het jeugddomein te helpen bij het hanteren van deze wachttijden.

Het webinar en de werkconferentie “Licht op Schaarste” vonden begin dit jaar plaats en zijn georganiseerd door Koen Gevaert van het Vlaams agentschap Opgroeien, Agnes Derksen van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) en Loes Linssen van het leeratelier Kansrijk met Jeugd (Hogeschool Zuyd, lectoraat Sociale Integratie). Koen is auteur van het boek De Wachtlijst voorbij. Over voorrang geven in tijden van schaarste (2024).  “Wachtlijsten verdwijnen niet door het standaardiseren van beslissingen, schaarste valt niet te managen”, zo vat Gevaert de essentie van het boek samen.

Agnes Derksen van het NJI bepleit in het webinar  om vooral in beweging te blijven wanneer je client op een wachtlijst staat. Stap niet in de valkuil van  “kwaadaardige hoop”: het wachten op de ultieme hulp maakt passief en houdt ons tegen om zelf op zoek te gaan naar oplossingen, aldus Loes Linssen, docent Social Work ZUYD Hogeschool. Zij liet zich inspireren door het recente boek van Flip Jan van Oenen over Verdragen (2025).

Overspannen vraag

Bij de beschouwing van het vraagstuk over wachttijden ontkomen we niet aan een kritische blik op de toenemende vraag naar professionele ondersteuning. Of, zoals emeritus professor Tom van Yperen (2023) het omschrijft: “Kinderen, jongeren en gezinnen hebben niet alleen recht op goede jeugdzorg maar ook het recht om die jeugdzorg minder nodig te hebben”. Hij doelt daarmee op het belang van een goede pedagogische basis: alle contacten, sociale relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien van kinderen (NJI, 2022). Dat zijn bijvoorbeeld buren, vrienden, leerkrachten, jongerenwerkers, medewerkers van de opvang en sporttrainers. Wanneer de basis op orde is zal de behoefte aan professionele jeugdhulp verminderen, is de gedachte.

Niet alleen de pedagogische basis is een factor in het wachttijden-vraagstuk. Ook de acceptatie van afwijkend gedrag neemt af. Gezinnen, kinderen en jongeren die niet aan de norm voldoen moeten worden gerepareerd met hulp van een classificatie, medicatie en behandeling. Pedagoog Micha de Winter bepleit in zijn boek Medemenselijk opvoeden (2023) nadrukkelijk voor de-medicalisering van de jeugdzorg en het meer accepteren van afwijkend en complex gedrag: “Het is belangrijk om je te verwonderen over de ander en te zoeken naar overeenstemming en gemeenschappelijkheid”.

Bij het bevorderen van de pedagogische basis en inclusie van burgers die niet tot de norm behoren is het sociaal werk, in bijzonder het jongerenwerk, van grote betekenis. Studenten Isa Hulsman en Veerle Claessens volgen de opleiding sociaal werk aan Hogeschool Zuyd en namen deel aan  het webinar en de werkconferentie. Welke lessen trekken zij hieruit, wat nemen zij mee in hun carrière als professional in het jeugd-domein? En hoe dragen ze in hun stage al bij aan het bevorderen van inclusie en de pedagogische basis?

Studentenstemmen

Eerstejaars student Veerle (20) loopt stage bij Livia Helpt en zet zich in voor basisschoolleerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Veerle wil van betekenis zijn voor kinderen en gezinnen omdat ze in haar eigen leven heeft ervaren hoe waardevol een steuntje in de rug kan zijn maar ook hoe het anders en beter kan: “Ik heb persoonlijk ervaren hoe ingrijpend het kan zijn om lang te moeten wachten op hulp. In mijn situatie duurde het wachten zó lang, dat het uiteindelijk niet meer houdbaar was en ik uit huis geplaatst werd. Er was aanvankelijk een andere vorm van hulp voorzien waarmee ik thuis had kunnen blijven, maar die kwam simpelweg te laat. Tot op de dag van vandaag voel ik frustratie over hoe de wachtlijsten mijn situatie mede hebben bepaald. Ik heb meer dan een jaar om hulp gevraagd, maar pas toen het echt misging, werd er gehandeld. Dat had anders gekund, en had anders gemoeten. “

Tweedejaars student Isa (22) start na de zomervakantie met een stage bij de jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg (BJZ). Momenteel is ze als stagiaire verbonden aan het Jongerenwerk van Stichting Menswel en biedt overbruggingszorg voor kinderen op een wachtlijst. Isa heeft zelf geen ervaring met jeugdzorg maar schrikt van de ervaring van Veerle: “Hopelijk kan een initiatief als Licht op Schaarste helpen bij het doorbreken van de negatieve spiraal”, aldus Isa.

Morele stress in praktijk

De negatieve spiraal waarover Isa het heeft lijdt niet alleen tot wanhoop onder gezinnen en kinderen maar ook professionals worden moedeloos van de wachttijden. Het lijdt tot morele stress: ze weten wat ze moeten doen maar ze zijn er niet toe in staat. En daarbij komt dat gevoelens van boosheid en frustratie taboe zijn. In plaats van het hierover te hebben met elkaar, bijvoorbeeld tijdens een moreel beraad,  gaan professionals met elkaar het gevecht aan over welke client prioriteit moet krijgen. Welke client lijdt het meest? In welk gezin is de veiligheid het meest in het geding? Welke client zal het meest baat hebben bij de behandeling en verdient dus meer een kans dan de ander?

Veerle herkent dit uit haar stage en hoorde de morele stress ook terug tijdens de breakout-sessie van het webinar. Deelnemers gaven aan dat er weinig ruimte is voor een team om echt stil te staan bij gevoelens van frustratie en onmacht. Hun behoefte aan reflectie en bijvoorbeeld moreel beraad wordt niet beantwoord omdat hier -hoe kan het ook anders- geen tijd voor is. Veerle: “Toch kwamen tijdens het webinar ook mooie voorbeelden aan bod over hoe professionals creatief omgaan met schaarste, bijvoorbeeld door het inzetten van andere beroepsgroepen zoals vaktherapeuten of het opzetten van speelgroepen om kinderen en ouders alvast te ondersteunen tijdens de wachttijd”. Isa sluit zich hierbij aan. Zij beseft nu nog meer wat het jongerenwerk kan betekenen in het verzachten van de wachtlijst en ziet voor het jongerenwerk een rol als belangenbehartiger weg gelegd: “het is denk ik je taak als jongerenwerker om de stem van deze kinderen te laten horen en te pleiten voor alternatieven voor overbrugging. Tijdens het webinar werd duidelijk dat er lotgenotengroepen bestaan voor bijvoorbeeld ouders. Als social worker zou je deze initiatieven kunnen opstarten of ondersteunen”.

Vertragen en verdragen

We gaan schaarste niet wegnemen en hebben dus altijd vuile handen, zo luidt de boodschap van Gevaert. Het schaarstevraagstuk is toe aan een kritische reflectie, waarbij acceptatie ervan voorop staat. Hij stelt dat wachttijden niet zomaar worden opgelost en door dit te accepteren blijf je in beweging. Wat kan professionals helpen bij het verdragen van de wachttijd?  

Tijdens een van de break-outsessies van de werkconferentie kwam de vraag naar voren of er ruimte is voor debat en voor het kritisch bevragen van elkaars keuzes in tijden van schaarste. Student Isa: “Hier werd heel verschillend op gereageerd. Eén deelnemer gaf aan dat hier binnen haar organisatie wel degelijk ruimte voor is. Wachtlijsten worden daar goed opgevangen doordat er verschillende hulpbronnen en projecten beschikbaar zijn waar mensen tijdens de wachttijd gebruik van kunnen maken. Een andere professional had een tegenovergestelde ervaring”. Isa verwondert zich over deze verschillen: als het bij de ene organisatie wel kan, waarom bij de andere dan niet? Op de vraag wat zij zou veranderen wanneer ze het voor het zeggen had hoeft ze niet lang na te denken: “Meer inzetten op het voorliggend veld! Als jongerenwerker kun je veel zien aankomen en weet je welke kinderen in de verdrukking zitten, daarvoor kun je echt van betekenis zijn!”.

Als professional is het je opdracht om de veiligheid van kinderen te waarborgen, zo kwam naar voren tijdens de werkconferentie. Vanuit die optiek zijn wachttijden verwerpelijk. Hierop kwam een voorzichtige tegenwerping vanuit het NJI: het is lastig om vast te stellen of er sprake is van onveiligheid of kwetsbaarheid. Een verklarende analyse helpt om het leefwereldperspectief nog eens goed voor het voetlicht te brengen en samen met het gezin te kijken waar wel op ingezet kan worden. De context moet leidend worden, de professional moet zich niet laten leiden door symptomen. Student Veerle heeft hier wel begrip voor maar kan het moeilijk plaatsen in de alledaagse realiteit: “Het is niet altijd realistisch of menselijk om te verdragen en vertragen. Tijdens mijn stage zie ik dit ook terug bij een kindje met een heftige thuissituatie. Jeugdzorg weet hiervan af maar ze kunnen momenteel niet veel doen. Hierdoor escaleert het vaker, maar een echt goede oplossing komt er niet.

Het Frame als filter

Inherent aan het wachtlijstvraagstuk is het gebrek aan vraaggericht werken. Problemen worden als complex geframed wanneer ze niet in het bestaande aanbod van de gemeente passen. En hoe complexer de problemen hoe zwaarder en exclusiever de zorg -met nog meer wachttijd tot gevolg. Het omdraaien hiervan -de behoefte die het aanbod bepaald- vraagt niet noodzakelijk een hervorming van het stelsel maar veeleer een andere manier van kijken door hulpverleners.

Veerle kan zich goed voorstellen wat wordt bedoeld met vraag gestuurde in plaats van aanbod gestuurde zorg: “Het lijkt logisch om uit te gaan van wat een gezin écht nodig heeft, maar in de praktijk zie je vaak dat de hulpvraag wordt aangepast aan wat er beschikbaar is. Uit eigen ervaring merk ik dat de hulp per gemeente sterk verschilt. Bij de gemeente waar ik woonde, was er weinig aandacht voor jeugdzorg, waardoor er maar een paar standaardopties waren. Ik denk dat we verder zouden komen met maatwerk”.

Wachten is niet altijd schadelijk

Wat helpt om anders te kijken naar het fenomeen wachtlijst en hoe te handelen bij clienten die ermee te maken hebben? Neem de behoeften van kinderen en het gezin als uitgangspunt en kijk in welke behoefte er wèl kan worden voorzien, zo stelt Agnes Derksen. Het is goed mogelijk dat dit buiten de specialistische context en binnen het informele netwerk kan, of met inzet van ervaringsdeskundigen en het voorliggend veld. Ze verwijst hiermee naar het eerder genoemde belang van de pedagogische basis. Voor de professional geldt: durf te vertragen en blijf beschikbaar voor het gezin. Student Isa past dit advies al toe tijdens haar stage als jongerenwerker: “

Wanneer iemand met een hulpvraag naar voren komt, wordt er al snel gekeken binnen een specialistische context. Tijdens mijn stage als jongerenwerker heb ik gezien dat er vaak al veel bereikt kan worden binnen het informele netwerk van de persoon en door middel van oplossingsgericht werken. Een meisje vertelde me bijvoorbeeld dat haar ouders altijd veel ruzie hadden en dat ze met buikpijn naar school ging. Deze situatie kon ik natuurlijk niet zomaar oplossen. Ik sprak regelmatig met haar en we gingen samen op zoek naar een vertrouwd persoon uit haar omgeving waarmee ze over haar gevoelens kon spreken. Dit betekende al heel veel voor haar: ze stond er niet alleen voor. Ook tijdens het webinar en de break-outrooms kwam het informele netwerk naar voren als bron van kracht en steun. Zo vertelde een van de deelnemende professionals dat er op een middelbare school jongerenwerkers worden ingezet voor naschoolse activiteiten en het ondersteunen bij hulpvragen”.

Relativeren

Naast het vertrouwen in de eigen kracht van mensen helpt het ook om kritisch te zijn ten aanzien van je eigen meerwaarde en die van de hulp waartoe de wachtlijst lijdt. Bekend is dat veel behandelingen minder effectief zijn dan we willen geloven, of ze zijn misschien wel effectief maar dan beperkt tot een bepaalde context (Van Oenen, 2025). 

Koen Gevaert stelt bovendien dat de context waarin  beslissingen over vervolghulp worden genomen vaak gefragmenteerd is en bovendien gebaseerd op ontbrekende en tegenstrijdige informatie. Professionals hebben aannames over oorzaak  en gevolg maar deze veronderstellingen hoeven niet te kloppen. Toevalligheden en onverwachte factoren worden onvoldoende gezien.

Student Isa vind het relativeren van de effecten van professionele hulp een ingewikkeld thema: “Professionals moeten kritisch blijven. Volgens mij zijn aannames over oorzaak en gevolg niet perse slecht maar je moet vooral naar de feiten blijven kijken. Ik denk dat het daarom heel belangrijk is om open gesprekken te voeren met je collega’s en feedback ter harte te nemen”.

Opdracht voor sociaal werk

Wachttijden in de jeugdzorg zijn een maatschappelijk probleem, een ingewikkelde kluwen van factoren die niet los van elkaar gezien kunnen worden. Onderdeel van het probleem  is de manier waarop we de samenleving inrichten: weinig acceptatie van kinderen en gezinnen die niet voldoen aan de norm en het medicaliseren van afwijkend gedrag lijden tot een overspannen vraag naar professionele hulp. Verzachting van de wachttijden ligt in het besef dat we allemaal een verantwoordelijkheid hebben in het creëren van een pedagogische basis en dat we toe moeten naar een Samenlevingspedagogiek, zoals Micha de Winter (2024) het stelt. Hierin ligt een mooie uitdaging voor sociaal werkers en veelbelovende studenten als Isa en Veerle. Ingegeven door hun beroepsopdracht en ervaringskennis zetten zij kinderen en gezinnen in hun kracht en dragen bij aan de ontwikkeling van gezonde gemeenschappen waarin de pedagogische basis zich kan ontwikkelen.

INSPIRATIE

Het NJI ontwikkelde een handreiking voor het vertragen en verdragen, verklarende analyse en het denken over veiligheid.

Sharon Stellaard laat zich in haar proefschrift Boemerangbeleid kritisch uit over onze visie op veiligheid en het beschermen van kinderen. Vanuit historisch perspectief helpt zij om vanuit een andere overtuiging te kijken naar wat veilig is. U kunt het proefschrift gratis downloaden maar ook deze podcast beluisteren. Sharon heeft reflectiemateriaal ontwikkeld om hulpverleners en beleidmakers te helpen bij bezinning en reflectie op hun beroepspraktijk. Ook deze vindt u op haar website.

Pedagoog Micha de Winter pleit voor Samenlevingspedagogiek. Daarin houdt hij onder andere een pleidooi voor de-medicalisering van de jeugdzorg en het meer accepteren van afwijkend en complex gedrag. Het is belangrijk om je te verwonderen over de ander en te zoeken naar overeenstemming en gemeenschappelijkheid, iets dat volgens De Winter al in de opvoeding moet beginnen. In dit filmpje legt De Winter uit wat hij met samenlevingspedagogiek bedoelt. Fontys Hogeschool Pedagogiek heeft sinds kort een lectoraat met dezelfde naam. In deze podcast hoort u hier meer over.

Hoogleraar Levi van Dam houdt een pleidooi voor een JIM: Jouw Ingebrachte Mentor. Iemand uit de directe omgeving van de jeugdige die het vertrouwen heeft en dus van betekenis is. In dit filmpje legt hij uit wat de meerwaarde is van een JIM. Eveneens relevant is zijn conclusie dat jongeren onnodig beroep doen op de jeugdzorg. Hun problematiek is niet verergerd, jongeren zijn zich alleen meer bewust van mentale problemen en praten hierover. In deze podcast ligt Levi van Dam dit toe.

Op de site van Het NJI is veel te vinden over de pedagogische basis. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het volgende document:Hoex.j., Vlaardingerbroek, S., Balledux, M., Speetjens, P. & Vink, C. (2022). Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis.

Geraadpleegd op 6 juni 2025, van https://www.nji.nl/pedagogsiche-basis

In dit artikel gebruikte bronnen:

De Winter, M. (2023). Medemenselijk opvoeden. Samenlevingspedagogiek voor een hoopvolle en daadkrachtige generatie. SWP

Gevaert, K.. Keinemans, S., Roose, R. (2024) De Wachtlijst voorbij. Over voorrang geven in tijden van schaarste. Academia Press

Hoex.j., Vlaardingerbroek, S., Balledux, M., Speetjens, P. & Vink, C. (2022). Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Geraadpleegd op 6 juni 2025, van https://www.nji.nl/pedagogsiche-basis

Van Oenen, F.J. (2025). Verdragen. Over de hulp helpt-mythe. Uitgeverij Boom

Van Yperen, T. (2023). Kan de jeugdzorg veranderen? Achtergronddocument verkort gepresenteerd in de Mulock Houwer-lezing 2023. Geraadpleegd op 6 juni 2025, van https://www.nji.nl/uploads/202311/Kan%20de%20jeugdzorg%20veranderen.%20Achtergronddocument.pdf

Over dit etalage werk

Leeratelier Kansrijk met jeugd
Auteur/ontwikkelaar Loes Linssen
Jaartal 2025
Type werk Overig

Over de auteur/ontwikkelaar

Loes Linssen

Loes Linssen voltooide in 1999 de studie Sociaal Culturele Wetenschappen, als aanvulling op de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (het huidige Social Work). Zij werkte binnen maatschappelijke opvang en forensische GGZ en combineerde onderzoekswerk (onder andere bij het Trimbos-instituut) met een beleidsfunctie bij een organisatie voor belangenbehartiging van harddrugsverslaafden. Normalisering van deviante groepen en -in het verlengde daarvan- inzet van ervaringsdeskundigheid en lotgenotencontact lopen als een rode draad door haar carrière. Loes Linssen geeft les aan de opleiding Social Work en trekt het leeratelier Kansrijk met Jeugd bij het lectoraat Sociale Integratie.