Pien van der Sanden en Hanneke Mateman over dossier: Wat werkt bij armoede

Gespreksverslag

Dit verslag bevat een inhoudelijke beschrijving van een expertbijeenkomst met Pien van der Sanden (Movisie) en Hanneke Mateman (Movisie) op donderdag 25 september 2025. Tijdens deze bijeenkomst zijn wij dieper ingegaan op recentere publicaties van Movisie op het gebied van armoede en bestaanszekerheid. Zo publiceerde Movisie in 2024 het dossier Wat werkt bij de Aanpak van Armoede. Het doel van dit dossier is om de informatie over en inzichten in (de aanpak van) armoede bij elkaar te brengen. In het dossier is wetenschappelijke kennis, professionele kennis en ervaringskennis opgenomen. Pien van der Sanden en Hanneke Mateman nemen de deelnemers mee in inzichten en ervaringen die in de afgelopen jaren zijn verzameld in onderzoek, publicaties en gesprekken met mensen die armoede van dichtbij kennen.

Om te begrijpen wat werkt in de aanpak van armoede wordt eerst stilgestaan bij enkele cijfers en een nieuwe definitie van armoede. Cijfer van onder andere CBS tonen dat in Zuid‑Limburg de armoedecijfers hoger liggen dan gemiddeld in Nederland. Tegelijkertijd tonen cijfers maar een deel van de werkelijkheid: veel mensen leven net boven de armoedegrens maar hebben geen buffer, waardoor één tegenslag al kan leiden tot schulden of armoede. Ook groepen zoals mensen met problematische schulden, of dak- en thuisloze mensen, worden niet altijd meegeteld in cijfers van het CBS die betrekking hebben op armoede.

Daarna hebben Pien en Hanneke aandacht voor de ervaringen van mensen die zelf armoede hebben meegemaakt. Zij benadrukken dat armoede niet alleen financieel, maar vooral sociaal en emotioneel zwaar is. Het gevoel van schaamte, uitsluiting en verlies van grip op het leven is vaak zwaarder dan het gebrek aan geld. Sommigen groeien op in armoede en kennen een netwerk dat hen ondersteunt, terwijl anderen door een scheiding, faillissement of ziekte ineens in armoede belanden en dit ervaren als een rouwproces. Daarbij komt dat de hulp die mensen ontvangen vaak versnipperd en tijdelijk is. Gemeenten hanteren uiteenlopende regelingen, waardoor de ondersteuning afhankelijk is van waar iemand woont. Dit leidt ertoe dat dit soms honderden euro’s per maand kan verschillen. Veel mensen ervaren daarnaast dat systemen ingewikkeld zijn, boetes zich opstapelen en het risico op terugbetalingen stress veroorzaakt. Hierdoor durven sommigen geen toeslagen of regelingen aan te vragen waar zij recht op hebben.

De financiële zorgen van mensen leidt dagelijks tot stress en dit heeft invloed op de capaciteiten tot plannen en beslissen. Daarom kan psycho‑educatie helpen om mensen meer inzicht te geven in de manier waarop stress werkt en welke invloed die heeft op hun handelen. Ook professionals kunnen bijdragen aan stressreductie door bijvoorbeeld helder te communiceren en te kiezen voor taal die niet dreigend of beschuldigend overkomt.

Naast aandacht voor stress is een oordeelvrije basishouding essentieel. In een videofragment vertelt straatarts Michelle van Tongerloo uit Rotterdam hoe belangrijk het is om tijdens gesprekken te herkennen welke oordelen en overtuigingen bij jezelf opkomen en deze bewust te parkeren. Pas wanneer je echt open luistert, ontstaat ruimte voor vertrouwen. Kleine dingen maken daarin al een verschil: iemand bij zijn of haar juiste naam aanspreken, niet onnodig vragen om persoonlijke informatie, en voorkomen dat mensen telkens opnieuw hun verhaal moeten vertellen of moeten bewijzen dat ze recht hebben op hulp. Door jezelf af te vragen hoe jij het zou vinden om vragen te krijgen over je privéleven of financiën, ontstaat meer bewustzijn van wat zulke vragen bij een ander kunnen oproepen.

Wanneer deze basisprincipes stevig staan, wordt de blik gericht op hulpbronnen die mensen kunnen versterken. Onder deze benadering ligt het empowerment‑denken: uitgaan van de talenten, krachten en mogelijkheden van mensen en die benutten om hun positie te verbeteren. Het gaat om vragen als: wat kan iemand goed, waar wordt iemand enthousiast van, en hoe kan je iemand in zijn of haar kracht zetten?

In het tweede deel van de presentatie gaan Pien en Hanneke dieper in op verschillende hulpbronnen van mensen. Deze hulpbronnen zijn: economisch, psychologisch, sociaal, cultureel en pedagogisch. Economische hulpbronnen hebben betrekking op inkomen, financiële stabiliteit en overzicht in geldzaken, maar ook over de manier waarop systemen zijn ingericht. Regelingen zouden bijvoorbeeld toegankelijker kunnen zijn en minder risicovol, zodat mensen niet bang hoeven te zijn geld terug te moeten betalen. Een ervaringsdeskundige gaf aan hoe enorm het verschil kan zijn dat een extra paar honderd euro per maand maakt; een inzicht dat voor mensen zonder geldzorgen niet altijd vanzelfsprekend is. Sommige gemeenten experimenteren met eenvoudiger systemen, zoals Nijmegen, waar regelingen worden samengebracht in één overzichtelijk bedrag zodat mensen minder formulieren hoeven in te vullen en minder bewijsstukken hoeven aan te leveren.

Naast economische hulpbronnen spelen mentale of psychologische hulpbronnen een belangrijke rol. Zelfvertrouwen of het zelfbeeld worden vaak onder druk gezet door langdurige armoede. Mensen worstelen met emoties zoals schaamte, angst en frustratie. Als professional aansluiten bij drie psychologische basisbehoeften (autonomie, betrokkenheid en competentie) kan dan helpend zijn. Professionals kunnen bovendien stress‑sensitief werken, open vragen stellen, keuzes bieden in gesprekken en kleine, haalbare doelen formuleren die aansluiten bij wat mensen zelf belangrijk vinden. Ook praktische keuzes, zoals ervoor zorgen dat een brief niet vlak voor het weekend arriveert, kunnen een groot verschil maken in het leven van mensen.

Sociale hulpbronnen hebben betrekking op het netwerk van iemand: wie je kent en op wie je kunt terugvallen. Een ondersteunend netwerk kan helpen met oppas, emotionele steun, praktische hulp of toegang tot werk. Professionals hebben verschillende manieren om kansen en mogelijkheden te vergroten zoals het versterken van netwerken, het bieden van lotgenotencontact en het creëren van verbindingen met mensen buiten het eigen netwerk. Soms is het ook nodig om bestaande netwerken juist te verbreden, zodat iemand meer ruimte krijgt om nieuwe stappen te zetten. Professionals kunnen daarnaast ook ontmoetingen in de wijk faciliteren door toegankelijke publieke ruimtes te creëren.

Culturele hulpbronnen hebben te maken met de sociale codes, gewoonten en vaardigheden die iemand van huis uit meekrijgt. Dit gaat over weten “hoe dingen horen”, welke taal past in welke omgeving, en wat er van je verwacht wordt in de samenleving. Pien en Hanneke geven aan dat mensen die opgroeien in generatiearmoede vaak andere sociale en culturele vaardigheden meekrijgen, waardoor zij op school of in werk minder goed worden gezien, gehoord of erkend. Dit leidt bijvoorbeeld tot onder advisering in het onderwijs. Door bruggen te slaan naar andere sociale milieus en door ondersteuning te bieden bij het navigeren van nieuwe omgevingen, kunnen culturele hulpbronnen worden versterkt. Daarnaast hoort het verbeteren van toegang tot onderwijs, kinderopvang en participatiemogelijkheden ook tot de mogelijkheden om samen met mensen stappen vooruit te zetten.

Tenslotte presenteren Pien en Hanneke enkele publicaties waarin aandacht is voor pedagogische hulpbronnen, vooral relevant bij onderzoeken over generatiearmoede. Het gaat dan om de opvoedomgeving waarin kinderen opgroeien. Armoede gaat vaak samen met stress en instabiliteit. Daarom is investeren in opvoedingsvaardigheden, een stabiele gezinsomgeving en samenwerking tussen scholen, jeugdzorg, kinderopvang en welzijn cruciaal. Hoe eerder kinderen de ervaring krijgen dat zij ertoe doen en dat er perspectief voor hen is, hoe groter de kans dat generatiearmoede doorbroken wordt.

Na de presentatie van Pien en Hanneke volgt een verdere uitwisseling met de deelnemers van het leeratelier. Daarbij wordt stilgestaan bij de uitdaging om culturele en pedagogische hulpbronnen te benoemen zonder mensen te reduceren tot hun achtergrond. Het risico bestaat dat “culturele patronen” worden gezien als een vaststaand kenmerk, terwijl mensen altijd individuen zijn met eigen wensen, keuzes en mogelijkheden. Daarom is het essentieel om niet te oordelen, geen eigen normen op te leggen en altijd uit te gaan van de doelen die mensen zélf belangrijk vinden. Het gesprek laat ook zien hoe normatief onze samenleving kan zijn: discussies over grote televisies, roken of een hond hebben in armoede laten zien hoe snel er geoordeeld wordt, terwijl deze keuzes vaak een functie hebben in situaties van stress, eenzaamheid of sociale uitsluiting. Door met mensen in gesprek te gaan over hun beweegredenen, ontstaat begrip en vermindert het oordeel. Dat is cruciaal, want kleine momenten – een opmerking bij een loket, een afwijzende blik – kunnen voor mensen die eindelijk de stap durven zetten om hulp te vragen, enorm schadelijk zijn. Voor professionals vraagt dit dan ook dat zij zich bewust zijn van non‑verbale signalen of hun houding. Maar ook de inrichting van een ruimte waarin professionals met mensen afspreken speelt een grote rol. Een voorbeeld uit Dordrecht laat zien hoe een eenvoudige verandering van een kille balieruimte naar een warme, café‑achtige omgeving het aantal agressie-incidenten drastisch deed dalen: de omgeving beïnvloedt hoe mensen zich voelen, gedragen en durven te spreken.

Pien en Hanneke benadrukken ten slotte dat alleen inzetten op financiële ondersteuning niet voldoende is. Hoewel structureel hogere inkomens en betere uitkeringen essentieel zijn, moeten professionals breder kijken: naar kwaliteit van leven, naar perspectief en naar het versterken van hulpbronnen. Armoede treft bovendien een veel bredere groep dan vaak gedacht wordt. Niet alleen mensen met een uitkering, maar ook zelfstandigen met hoge schulden (zoals boeren), tweeverdieners die na een scheiding vastlopen, mensen die door pech of ziekte ineens in de problemen komen.

Daarom is het belangrijk om mensen met ervaringskennis actief te betrekken bij het maken en evalueren van beleid. Zij kunnen het beste aangeven of plannen werkelijk aansluiten bij hun situatie.

Armoede is nooit alleen een financieel probleem, maar een complex samenspel van sociale, culturele, psychologische en structurele factoren. Een effectieve aanpak vergt daarom tijd, begrip, samenwerking, maatwerk en een basishouding van menselijkheid en oordeelvrij luisteren.

Voor meer informatie kijk:

Wat werkt bij de aanpak van armoede | Movisie

Uit de duivelskring van armoede | Movisie

Michelle van Tongerloo: ‘Ga bij jezelf na: wat is mijn oordeel over deze persoon?’

Over dit etalage werk

Leeratelier Overleven ten tijde van tweedeling
Auteur/ontwikkelaar Joost Weling
Jaartal 2025
Type werk Expert Meeting

Over de auteur/ontwikkelaar

Joost Weling

Joost Weling

Joost Weling is opgeleid tot sociaal pedagogisch hulpverlener (BA) en socioloog (MSc) . Hij heeft gewerkt als woonbegeleider in de ggz en vervolgens is hij aan de slag gegaan aan hogeschool docent. Hij is nu als docent-onderzoeker verbonden aan het lectoraat Sociale Integratie. Als docent-onderzoeker houdt hij zich bezig met onderwerpen als sociale ongelijkheid, sociale dynamiek in buurten en sociale rechtvaardigheid. Bij de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd is hij ‘kartrekker’ van een tweetal leerateliers. Zowel van het leeratelier macht en onmacht van gemeenschappen als van het leeratelier overleven in tijden van tweedeling, armoede in perspectief.