Inzichten uit de praktijk: Leren uit (nieuwe) vormen van schuldhulpverlening

Verslag bijeenkomst Leeratelier Overleven ten tijde van tweedeling, 2 juni 2025


Op 2 juni 2025 vond een leeratelier-bijeenkomst plaats waarin het thema schulden centraal stond. De sessie werd geopend door Joost Weling, die samen met Milotte Hamer en Sarah Willard de deelnemers meenam in een interactieve verkenning van het onderwerp. De bijeenkomst had de volgende opbouw: gezamenlijk stilstaan bij ‘schulden’, presentatie van de geleerde lessen uit het onderzoek en tot slot dialoogsessies vanuit de gepresenteerde inzichten. Er werd niet alleen kennis gedeeld, maar ook ruimte geboden voor reflectie en dialoog.

Introductie

In opdracht van de gemeente Sittard-Geleen zijn wij (Sarah Willard en Milotte Hamer) voor het eerst het veld van schuldhulpverlening en (kinder)armoede ingestapt om meer inzicht te krijgen in dit complexe domein. Vandaag delen we opvallende dilemma’s en inzichten uit deze verkenning, met als doel samen met jullie – professionals uit de praktijk – te leren, te reflecteren en te ontdekken welke thema’s in jullie werk belangrijk zijn.

Kernboodschap

  • We zijn geen experts in schuldhulpverlening
  • In ons onderzoek hebben we geprobeerd een stukje van het eiland te verkennen
  • We zetten vandaag samen een eerste stap op onbekend terrein
  • Wat we vandaag vertellen is dus geen evaluatie of oordeel, we geven geen beeld van ‘hoe het zit’
  • Wat we brengen is geen blauwdruk
  • We willen vooral leren, duiden en bevragen op dit eiland – mét jullie


“We verkenden één stuk van de kust. Nu trekken we samen met jullie verder het binnenland in.”

Waar zijn onze geleerde lessen op gebaseerd?

  • Interviews met professionals van het projectteam Op de Rit
  • Groepsgesprekken met coaches en ervaringsdeskundigen
  • Beleidsdocumenten en projectplannen
  • Interviews landelijke experts over armoede en schuldhulpverlening
  • Quick scoping review van vergelijkbare projecten

Onze lessen zijn dus gebaseerd op een breder beeld van nieuwe vormen van schuldhulpverlening die we hebben bestudeerd en beluisterd, niet enkel gericht op de pilot van de gemeente Sittard-Geleen

In gesprek met de zaal I (korte inventarisatie)

Gedachten over schulden

Voor we beginnen met het presenteren van onze geleerde lessen hebben we een rondje door de (online) zaal gedaan. Waar denken de deelnemers aan bij ‘schulden’? De antwoorden die naar voren komen uit de zaal zijn: stress, uitzichtloosheid, complexiteit (schulden gaan vaak gepaard met andere problemen) en een onzeker bestaan. Duidelijk werd bij deze korte inventarisatie dat schulden niet uitsluitend worden gezien als enkel een financieel probleem. De zaal ziet het als een breder sociaal vraagstuk.

Onze geleerde lessen


1. Over schulden en armoede

Schulden kunnen een verwoestend effect hebben
We hebben geleerd over het verwoestende effect van schulden. Schulden kunnen snel escaleren en oncontroleerbaar worden. Schulden kunnen een soort moeras worden, waar je steeds dieper in wegzakt. Je zit in de problemen en je hebt zelf niet meer het vermogen om het op te lossen. Die stress kan je hele leven raken. En ook het leven van kinderen.

Financiële rust creëren geeft ademruimte en perspectief
In veel bestudeerde projecten komt het creëren van geldrust of schuldrust naar voren. Die financiële rust of pauze kan die stress even weghalen. Het kan weer een luikje openen naar perspectief, naar ademruimte. Uit het onderzoek komt naar voren dat die financiële rust ook ruimte kan maken om aandacht te hebben voor wat belangrijk is voor jezelf: je mentale welzijn, aandacht voor je gezin, vrienden of familie of een hobby weer kunnen oppakken.


Armoede is vaak meer dan alleen financieel tekort – het kan diep geworteld zijn in iemands hele bestaan
We hebben diepe gronden van armoede beluisterd. Armoede hoeft niet alleen te gaan over financiële problemen of onmogelijkheden. We hebben geleerd dat armoede diepe sporen kan achterlaten in jou of in je gezin. Bijvoorbeeld als het gaat om een soort overlevingsmodus waar je in terecht komt waardoor er ook geen ruimte meer is om ‘goed te leven’. Denk ook aan sociaal isolement, kinderen die niet meer mee kunnen doen met andere kinderen en de gevolgen daarvan. Geen overzicht meer hebben, voortdurend stress en druk ervaren. Je schamen, je vernederd voelen.
Armoede kan ook internaliseren: het kan je normen, waarden en gezondheid aantasten. Wat betekent dat, opgroeien vanuit het idee dat er misschien anders naar je wordt gekeken en dat je niet genoeg bent?

2. Aandacht voor systemen

Ons systeem als medeverantwoordelijk voor schuldenproblematiek
De aandacht voor systemische oorzaken komt ook terug in ons onderzoek. Bijvoorbeeld: de meeste schulden zijn bij overheidsinstanties, dus in hoeverre zijn overheidsinstanties ook probleemeigenaar? Of: Hoe minder geld je hebt, hoe complexer je administratie wordt. We kunnen ook denken aan de inrichting van het toeslagenstelsel. Als daarin iets niet goed gaat ligt de verantwoordelijkheid bij de burger. Je zou kunnen zeggen dat dit symptomen zijn van een vangnet die schulden en armoede juist in de hand werkt in plaats van zorgdraagt voor bestaanszekerheid.

Projecten willen ook impact op de verbetering van systemen: van individueel probleem naar maatschappelijke opgave
Bestudeerde projecten willen ook impact maken als het gaat om belemmeringen in het systeem. Er komt terug uit het onderzoek dat het belangrijk is om ook de verantwoordelijkheid te zoeken bij systemische oorzaken en niet alleen bij het individu. Daar gaan we dieper op in bij de volgende geleerde les.

3. (nieuwe) vormen van schuldhulpverlening

Nieuwe vormen van schuldhulpverlening bevatten vaak een ‘alternatieve route’ op de reguliere dienstverlening of zijn een alternatief op reguliere dienstverlening
In bestudeerde projecten wordt er vaak gezocht naar wat nodig is, in plaats van wat hoort. Bij projecten wordt bijvoorbeeld een onvoorwaardelijke maandelijkse schenking aangeboden, waar verplichting op arbeidsdeelname tijdelijk wordt stilgezet. Of schulden die zo snel mogelijk kwijtgescholden worden aan de voorkant. Ook worden er fondsen ingezet om schulden af te kopen. Kortom: er wordt bewust ‘iets’ anders gedaan in vergelijking met de reguliere werkwijze. Of er wordt een obstakel vanuit het systeem omzeilt. Denk bijvoorbeeld ook aan de doorbraakmethode, die gaat over het doorbreken van het systeem om tot ‘goede zorg’ voor het gezin te komen.

Doen wat nodig is in plaats van wat ‘hoort’ lijkt gepaard te gaan met veel opdrachten voor de  professional in het veld
Op basis van alles wat we hebben gehoord en gezien, ontstaat bij ons een beeld dat er veel verwachtingen rusten op de schouders van professionals in het veld – zeker als het gaat om (nieuwe) vormen van schuldhulpverlening en het verbeteren van de zorg- en dienstverlening. We hebben een lijst(je) gemaakt van deze ‘opdrachten’ of ‘verwachtingen’:

  • Echt naast iemand staan en verantwoordelijkheid nemen voor wat nodig is
  • Je eigen normen, waarden en oordelen onderzoeken
  • Werken vanuit vertrouwen i.p.v. wantrouwen
    Buiten je boekje gaan als dat nodig is om het ‘goede te doen’ voor de ander
  • Niet vanuit je eigen aanbod en expertise denken maar vanuit wat nu nodig is voor iemand
  • Dichtbij iemand kunnen komen en de weerstand tegen hulp leren begrijpen
  • Eigen kaders en werkinstructies bevragen
  • Snel schulden in kaart brengen
  • Snel tot een regeling komen met schuldeisers
  • Iemand tijdelijk helemaal ontzorgen door bv. een tijdje de post op je nemen
  • Iemand verbinden met de juiste/specialistische hulp
  • Er zijn voor iemand, ook als er weerstand is of als het tegenzit
  • Iemand de ruimte geven om te mogen falen
  • Mensen de ruimte geven om zichzelf te kunnen zijn en weer te durven dromen
  • Een anker kunnen zijn waar iemand op terug kan vallen
  • Over domeinen en afdelingen heen samenwerken
  • Ingebed zijn in informele initiatieven
  • Als professionals samenwerken vanuit een gemeenschappelijk belang

4. Vertrouwen als sleutelwoord


Een terugkomende vraag in schuldhulpverlening is: “Hoe bereiken we mensen met problematische schulden?”
Zowel vanuit projecten als vanuit experts horen we hetzelfde centrale vraagstuk: hoe bereiken we mensen? Hoe zorgen we ervoor dat mensen om hulp durven vragen? En hoe krijgen we gezinnen met problematische schulden überhaupt in beeld?

Een ‘aantrekkelijk’ aanbod zou niet automatisch betekenen dat mensen sneller de stap naar hulp zetten. Die stap richting officiële instanties brengt namelijk drempels met zich mee. Mensen ervaren wantrouwen, schaamte, weerstand tegen het opgeven van autonomie, en angst om bijvoorbeeld hun kinderen kwijt te raken.

Vertrouwen is essentieel en staat tegelijkertijd onder druk
Vertrouwen komt voortdurend terug als thema. Het wordt gezien als een essentieel onderdeel van schuldhulpverlening en zorg. Het gaat bijvoorbeeld over het hebben van een persoonlijke klik, iemand die naast je staat en iemand die naar je verhalen luistert – iemand die echt nabij is. En blijft, ook als het ingewikkeld wordt of dingen niet gaan zoals bedoeld of verwacht.

Tegelijkertijd hebben we het idee vanuit het onderzoek dat dit vertrouwen onder druk staat. Aan wie vraag je hulp? Voor wie telt het dat ik bang ben en me in een moeras begeef? Vraag je hulp aan een loket of aan een intakeformulier? Of aan mij als Milotte? Kortom, wie kan ik vertrouwen? Versnippering en fragmentatie van zorg komen naar voren toen we spraken over wat mensen zien als onderliggende problemen die een rol spelen bij schuldhulpverlening. Denk aan de vele lokketten die niet altijd vervangen kunnen worden door een vast persoon. Of de samenwerking tussen formele zorg en informele initiatieven die niet optimaal is. Dat roept vragen op: Zijn er voldoende mogelijkheden om een langdurige relatie aan te gaan met iemand? Kan de professional die het meest vertrouwd wordt bij het gezin blijven?

“Veel ellende begint bij verbroken relaties, heel veel ellende stopt bij hernieuwde relaties” (Citaat uit het onderzoek)

We spelen ook met het idee dat vertrouwen onder druk staat omdat het misschien wordt gezien als een vanzelfsprekendheid: het hoort bij je werk, of: dat vertrouwen is er al. En als vertrouwen wordt gezien als deel van het werk, in hoeverre wordt er dan ruimte gemaakt voor vertrouwen tussen mensen?

In gesprek met de zaal II


In de break-outrooms gingen we in gesprek aan de hand van de lijst met ‘opdrachten’ die we hebben opgesteld op basis van de geleerde lessen. Welke opdrachten resoneren of roepen iets op? En kunnen we samen nadenken over het ‘hoe dan’ in de praktijk?

Herkenbaarheid
Er was veel herkenning rondom de nieuwe vormen van schuldhulpverlening. Deelnemers vertelden bijvoorbeeld dat zij werken met de doorbraakmethode, of dat sommige professionals in een pilot alle tijd en ruimte krijgen om vanuit vertrouwen te werken in plaats van het moeten volgen van een vast traject.

Volgordelijkheid van zorg en schuldhulpverlening
Er vond ook een reflectie plaats over de volgorde waarin we hulp bieden, geïnspireerd op de piramide van Maslow. Pas wanneer de situatie niet langer vraagt om voortdurend ‘overleven’, ontstaat er ruimte om weer te dromen en aandacht te hebben voor persoonlijke ontwikkeling. Dit vraagt om tijd, aandacht en het in kaart brengen van het volledige ‘eiland’ van iemand – niet alleen de schulden, maar ook de bredere context en het levensverhaal. Volgens de deelnemers is daarvoor veel contact nodig, bijvoorbeeld door wekelijks samen te zitten. En door goed te luisteren, ook tussen de regels door.

Dat levert ook spanning op. Aan de ene kant lijkt het noodzakelijk om schulden op te lossen om uit de overlevingsstand te komen; aan de andere kant komt er naar voren dat er een zekere mate van stabiliteit nodig zou zijn om te zorgen dat een schuldregeling daadwerkelijk leidt tot een schuldenvrij bestaan. Zijn de inkomsten en uitgaven wel op orde? Zijn er onderliggende problemen die ertoe kunnen leiden dat iemand opnieuw in de schulden raakt die dus ook aandacht nodig hebben?
In het streven naar snelle schuldoplossing schuilt ook een andere spanning. Het kost vaak tijd om alle schulden goed in kaart te brengen en ook om tot overeenstemming te komen met schuldeisers.

Vertrouwen
Werken vanuit vertrouwen resoneerde sterk bij de deelnemers. Niet alleen in de herziene missie en visie van een van de organisaties, maar ook als een fundamentele voorwaarde om iemand echt te kunnen helpen. Eén van de deelnemers omschreef vertrouwen als ‘een vriendschap sluiten’.

Ook het überhaupt om hulp vragen, of durven aangeven dat je problemen hebt, kwam aan bod. Deelnemers merkten op dat mensen soms hun volledige verhaal pas later delen – wanneer het vertrouwen gegroeid is. Hoe kunnen professionals ruimte laten voor het onverwachte en onzichtbare? Voor de stukjes levensverhaal en problemen die gaandeweg op tafel komen?

Vertrouwen werkt bovendien twee kanten op. Ook als professional kun je zoekende zijn in het vertrouwen naar de ander. En de ander kan door zijn gedrag dat vertrouwen onder druk zetten. Hoe blijf je in zo’n zoektocht toch dichtbij iemand? Er is nagedacht over hoe je vormgeeft aan een hulpverleningsproces dat tweerichtingsverkeer is – waarin jij als professional (en mens?) ook ‘meedoet’.

Onderzoeken van eigen normen en waarden
Het belang van het onderzoeken van je eigen normen en waarden in het contact met de zorgontvanger kwam ook naar voren. Dat kan soms een puzzel zijn: je begrijpt de keuzes van de ander niet altijd, of je denkt dat het goed is om iemand daarin te spiegelen of bij te sturen. Bijvoorbeeld wanneer iemand als cliënt de grenzen opzoekt – bij jou als hulpverlener, of binnen de zorg die deze persoon ontvangt.

Die normen en waarden zijn dus niet alleen een individueel zoekproces, maar iets wat je in de relatie met de ander gezamenlijk kan onderzoeken om tot betere hulp te komen.  

Schulden en de buitenwereld
In de buitenwereld kun je zomaar met de nek worden aangekeken: ‘eigen schuld, had je maar zus of zo moeten doen’. Daar kunnen mensen echt last van hebben.

Bewindvoering
Ook moeizame relaties met bewindvoering kwamen naar voren. Er zijn ervaringen gedeeld waarin bewindvoerders onvoldoende uitleg geven over de situatie, of helemaal geen gehoor geven. Hoe ga je daarmee om, als je de cliënt ook begeleidt, maar je je eigenlijk niet kan bemoeien met het traject van de bewindvoerder?

Fragmentatie van hulp en het ideaal van één vast gezicht
Er werd gesproken over het ervaren van een overkill aan professionals bij een persoon of gezin: voor elk probleem is er een andere hulpverlener. Dit leidt tot langs elkaar heen werken binnen gezinnen of bij individuele zorgontvangers. Veel professionals kennen elkaar niet, wat de samenwerking bemoeilijkt.

Er werd gefantaseerd over een ideaalbeeld waarin één persoon langdurig betrokken blijft bij een gezin.

Afronding

De bijeenkomst werd afgesloten met een warme dankbetuiging van Joost Weling. Hij prees de openheid van de deelnemers en de waardevolle inzichten die gedeeld werden. De metafoor van het eiland – als onbekend terrein dat samen verkend wordt – bleek een krachtige kapstok voor het gesprek. Het onderzoek van Milotte Hamer en Sarah Willard werd niet gepresenteerd als een eindpunt, maar als een uitnodiging tot gezamenlijke ontdekking.

Wil je na het lezen van dit verslag meepraten of heb je opmerkingen of vragen? Weet ons te vinden:
Milotte Hamer (onderzoeker) – milotte.hamer@zuyd.nl                
Sarah Willard (projectleider) – sarah.willard@zuyd.nl           

Lectoraat Sociale Integratie
Ligne 1
6131 MT Sittard
+31(0)46 420 72 07
lectoraatsocialeintegratie@zuyd.nl
Website: Lectoraat Sociale Integratie

Over dit etalage werk

Leeratelier Overleven ten tijde van tweedeling
Auteur/ontwikkelaar Joost Weling
Jaartal 2025
Type werk Expert Meeting

Over de auteur/ontwikkelaar

Joost Weling

Joost Weling

Joost Weling is opgeleid tot sociaal pedagogisch hulpverlener (BA) en socioloog (MSc) . Hij heeft gewerkt als woonbegeleider in de ggz en vervolgens is hij aan de slag gegaan aan hogeschool docent. Hij is nu als docent-onderzoeker verbonden aan het lectoraat Sociale Integratie. Als docent-onderzoeker houdt hij zich bezig met onderwerpen als sociale ongelijkheid, sociale dynamiek in buurten en sociale rechtvaardigheid. Bij de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd is hij ‘kartrekker’ van een tweetal leerateliers. Zowel van het leeratelier macht en onmacht van gemeenschappen als van het leeratelier overleven in tijden van tweedeling, armoede in perspectief.